Lees hier over de invloed en bijwerkingen van hormonen in anticonceptiemiddelen.
Welke hormonen zitten er in anticonceptie?
De hormonen in anticonceptie maakt je lichaam zelf ook aan. In een natuurlijke cyclus stijgen en dalen die hormonen, maar met anticonceptie heb je een constante (lage) hoeveelheid. Daarmee krijgt je lichaam geen seintje om zelf hormonen te gaan produceren om het lichaam klaar te maken voor een zwangerschap.
Het verschilt per anticonceptiemiddel welke en hoeveel hormonen erin zitten. Alle hormonale anticonceptiemiddelen bevatten progestageen, dat is een kunstmatige vorm van progesteron. Sommige anticonceptiemiddelen bevatten daarnaast ook oestrogeen. Omdat deze twee soorten hormonen bevatten worden ze ‘combinatiemiddelen’ genoemd.
-
- Alleen progestageen: de minipil zonder oestrogeen, de prikpil, het implantatiestaafje en de hormoonspiraal
- Combinatiemiddelen (oestrogeen + progestageen): de pil, de ring en de pleister.
Progestageen zorgt er bij vrouwen voor dat er geen eitje rijpt en vrijkomt. Ook maakt het de baarmoeder ongeschikt voor innesteling van een eitje. Het zorgt verder dat het slijm in de baarmoederhals dikker wordt, waardoor zaadcellen er moeilijk doorheen kunnen.
Oestrogeen zorgt er bij vrouwen voor dat er slijm in de baarmoeder opbouwt. In de stopweek van de pil, de pleister of de ring verlies je dit slijm. Dit lijkt op je natuurlijke menstruatie. Het voordeel is dat je precies weet wanneer je ongesteld wordt. En je kan de stopweek ook overslaan, dan krijg je ook geen bloeding. Met anticonceptiemiddelen met alleen progestageen heb je geen maandelijkse bloedingen, maar kun je wel onverwachts bloed verliezen. Dat kan vervelend zijn.
Hoe werken hormonen in anticonceptie?
Normaal bereiden je eigen hormonen je lichaam elke maand voor op een zwangerschap. Met hormonen in anticonceptie gebeurt dit niet. Daardoor kun je niet zwanger worden. Dat komt doordat:
- er geen eitje vrij komt;
- het slijmvlies in de baarmoederhals dikker wordt. Zo kunnen zaadcellen moeilijk bij een eicel komen;
- het baarmoederslijmvlies niet wordt opgebouwd. Hierdoor kan een bevrucht eitje zich niet nestelen.
Wat zijn de voordelen van anticonceptie met hormonen?
-
- Hormonale anticonceptiemiddelen zorgen op verschillende manieren dat er geen zwangerschap kan ontstaan. Dat maakt ze heel betrouwbaar, als je ze goed gebruikt.
- De bloedingen die je hebt bij gebruik van hormonale anticonceptie zijn vaak minder hevig dan je natuurlijke menstruatie. Met de middelen waar alleen progestageen in zit heb je soms lange tijd geen bloedingen. Met de pil, de pleister en de ring kun je je bloedingen regelen.
- Doordat je met hormonale anticonceptie een constante hormoonspiegel hebt, kan het zijn dat je minder last hebt van stemmingswisselingen of klachten voor of tijdens de menstruatie (wat geen echte menstruatie is). Maar het omgekeerde kan ook, dat je juist minder goed voelt omdat je een vlakke hormoonspiegel hebt.
Wat zijn mogelijke bijwerkingen van hormonale anticonceptie?
Je hormonen zijn regelstofjes voor veel lichamelijke functies. Ze werken ook op het brein. Als er iets verandert in je hormonen, kan dit dus invloed hebben en bijwerkingen geven. Dat geldt zeker niet voor iedereen. Als je bijwerkingen krijgt, is het meestal omdat je lichaam moet wennen aan de veranderde hormoonbalans. Vaak verdwijnen bijwerkingen na een paar maanden.
Het is niet te voorspellen of je bijwerkingen krijgt en welke. Dat verschilt per persoon en ook per middel. In elk hormonaal anticonceptiemiddel zit weer een ander type (kunstmatig) progesteron en soms ook oestrogeen, en in een andere samenstelling. Dat geldt ook voor verschillende soorten van de pil. Je lichaam kan op het ene middel beter reageren dan het andere.
Bijwerkingen hormonen pil, ring en pleister (oestrogeen + progestageen)
Deze bijwerkingen komen het meest voor:
-
- hoofdpijn
- onregelmatig bloedverlies
- gevoelige borsten
- misselijkheid
- sombere gevoelens / stemmingswisselingen
- gewichtstoename
- minder zin in seks
Bijwerkingen progestageenmiddelen (minipil, hormoonspiraal, prikpil, implantatiestaafje):
De meest voorkomende bijwerkingen:
-
- onregelmatig bloedverlies
- hoofdpijn
- puistjes
- haaruitval
- gevoelige borsten
- sombere gevoelens
- gewichtstoename
“Heb je na 3 maanden nog last van bijwerkingen die vervelend zijn? Ga dan naar je huisarts om te kijken of een ander middel beter bij je past.”
Zijn de hormonen in anticonceptie slecht voor je?
De hormonen in anticonceptie zijn niet slecht voor je, je lichaam maakt deze hormonen immers zelf ook aan. Je krijgt ook geen extra hormonen, want je eigen hormoonproductie wordt geremd. Wel kan het zijn dat jij vanwege jouw medische situatie of je leefstijl bepaalde hormonale anticonceptie beter niet kunt gebruiken. Bijvoorbeeld omdat je een aandoening hebt, omdat er erfelijke ziektes in je familie voorkomen, omdat je rookt of omdat je overgewicht hebt.
Hormonale anticonceptiemethoden zijn uitgebreid getest voordat ze op de markt kwamen. De gezondheidsrisico’s van anticonceptie met hormonen zijn heel klein:
-
- Afhankelijk van het type oestrogeen en progestageen in een anticonceptiemiddel is er een iets groter risico op trombose en hart- en vaatziekten. Bij gebruik van de pil met 30 microgram ethinylestradiol en 150 microgram levonorgestrel (1e keuze combinatiepil) neemt het risico op trombose toe van ongeveer 0,3 naar 0,7 van de 1.000 vrouwen. Er zijn aanwijzingen dat de ring, de pleister en de prikpil ook een iets hoger risico geven op trombose. Vooral bij vrouwen boven de 30 jaar, bij overgewicht en in combinatie met roken. Maar, tijdens een zwangerschap is het risico op trombose groter dan door gebruik van hormonale anticonceptie.
- Mogelijk geven hormonale anticonceptiemiddelen een verhoogd risico borstkanker bij vrouwen boven de 25 jaar. Vijf jaar na het stoppen met de anticonceptie is er geen verhoogd risico meer.
- Anticonceptiemiddelen met oestrogeen geven mogelijk een verhoogd risico op baarmoederhalskanker, maar juist minder op eierstokkanker, baarmoederkanker en darmkanker.
- Er is een verband gevonden tussen gebruik van de pil en depressieve klachten, en dit lijkt vooral te spelen bij jonge vrouwen en vooral in de eerste maanden van het pilgebruik. Het is alleen niet duidelijk of de pil (alleen) depressieve klachten veroorzaakt bij jonge vrouwen.
Als je last blijft hebben van de hormonen in anticonceptie kun je aan de huisarts vragen of er een methode is met andere of minder hormonen. Vertel wat voor jou belangrijk is en waarom bepaalde anticonceptiemiddelen niet jouw voorkeur hebben. Je huisarts kijkt naar je wensen en je situatie, zoals leeftijd, rookgedrag en ziektes in je familie. De huisarts bepaalt op basis daarvan of een methode geschikt is voor jou. Stel vooral ook al je (kritische) vragen.
Anticonceptie zonder hormonen
Het kan zijn dat je geen anticonceptie met hormonen wilt gebruiken. Misschien omdat je eerder last had van bijwerkingen bij verschillende hormonale middelen. Of misschien wil je je natuurlijke cyclus behouden. Betrouwbare anticonceptiemethoden zonder hormonen zijn het koperspiraaltje, het mannencondoom, vrouwencondoom, het pessarium (met zaaddodende gel) en sterilisatie van de man of vrouw.
Natuurlijke methoden
Daarnaast zijn er ook mogelijkheden om een zwangerschap te voorkomen zonder (altijd) een anticonceptiemiddel te gebruiken. Dat worden ‘natuurlijke methoden’ genoemd, of soms ook ‘natuurlijke anticonceptie’. Eigenlijk is het geen anticonceptie, want je gebruikt immers geen voorbehoedmiddel.
De penis terugtrekken voor het klaarkomen is een natuurlijke methode. Deze methode is niet erg betrouwbaar, want er kunnen zaadcellen in het voorvocht zitten. En een man moet op tijd aanvoelen wanneer hij moet terugtrekken.
Een andere natuurlijke methode is geen seks hebben op de vruchtbare dagen van een vrouw. Er zijn verschillende manieren om de vruchtbare dagen van een vrouw te voorspellen. Er zijn ook apps en apparaatjes voor. Je moet hierbij heel goed weten wat je doet. Hier lees je meer over natuurlijke methoden om een zwangerschap te voorkomen.
“Deze uitleg over hormonen in anticonceptie laat zien dat er veel keuzes zijn: van de minipil zonder oestrogeen tot de pil, ring of pleister, en van de hormoonspiraal tot de implantatiestaafje. Overleg met je huisarts om te ontdekken welke methode het beste bij jou past.”