Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken
Onderwerp

Hormonen in anticonceptie

Op deze pagina vind je alles over de invloed en bijwerkingen van hormonen in anticonceptie middelen.

Welke hormonen zitten er in anticonceptie?

Het verschilt per middel welke en hoeveel hormonen erin zitten. Er bestaat anticonceptie met 1 en met 2 soorten hormonen. Anticonceptie met 1 soort hormoon (alleen progestageen) zijn: de minipil, de prikpil, het anticonceptiestaafje en het hormoonspiraaltje. Anticonceptie met 2 soorten hormonen (progestageen en oestrogeen) zijn: de anticonceptiepil, de anticonceptiering en de anticonceptiepleister. Bij anticonceptie met oestrogeen kan je zelf je menstruatie regelen.

Progestageen zorgt er bij vrouwen voor dat er geen eitje rijpt en vrijkomt. Als er toch een eitje vrijkomt kan het niet nestelen in de baarmoeder. Het zorgt verder dat zaadcellen minder makkelijk de baarmoeder in kunnen.

Oestrogeen zorgt er bij vrouwen voor dat er slijm in de baarmoeder opbouwt. Als je een stopweek hebt met je anticonceptie verlies je dit slijm. Dit lijkt op je natuurlijke menstruatie.

Hoe werken hormonen in anticonceptie?

In je lichaam zitten hormonen. Die zorgen er bijvoorbeeld voor dat je ongesteld wordt. Door de hormonen in anticonceptie word je niet zwanger omdat:

  • er geen eitje vrij komt;
  • het slijmvlies in de baarmoederhals dikker wordt. Zo kunnen zaadcellen moeilijk bij een eicel komen;
  • het baarmoederslijmvlies niet wordt opgebouwd. Hierdoor kan een bevrucht eitje zich niet nestelen.

Hier (zodra ik het filmpje over anticonceptiemiddelen met hormonen heb) linken naar de pagina met filmpjes

Welk effect hebben hormonen in anticonceptie op je gezondheid?

Hoe je lichaam op hormonen reageert is per persoon verschillend. Vooral als je net met anticonceptie begint kun je bijwerkingen hebben. Vaak gaan ze vanzelf weer over. Je lichaam kan 3 maanden de tijd nodig hebben om aan anticonceptie te wennen.

Hormonen in anticonceptie kunnen goed of minder goed zijn voor je gezondheid. De effecten kunnen per vrouw verschillen. Ook zitten er andere hormonen in de verschillende anticonceptiemethoden. Het is daarom belangrijk dat je een methode kiest die goed bij je past. Overleg met je huisarts en stel daarbij ook al je (kritische) vragen. Vertel ook wat voor jou belangrijk is en waarom bepaalde anticonceptiemiddelen niet jouw voorkeur hebben. Je huisarts kijkt naar je wensen en je situatie, zoals leeftijd, rookgedrag en ziektes in je familie. De huisarts bepaalt op basis daarvan of een methode geschikt is voor jou. Als je last hebt van hormonen kun je aan de huisarts vragen of er een methode is met andere of minder hormonen. Over het algemeen kan gezegd worden dat hormonen niet slecht zijn voor je. Dezelfde hormonen als in anticonceptie zitten ook al in je lichaam. De voordelen van anticonceptie zijn meestal veel groter dan de nadelen.

Hormonen in anticonceptie kunnen je beschermen tegen een aantal ziekten:

  • Eierstokkanker en baarmoederlichaam- of endometriumkanker komen minder vaak voor als je de pil gebruikt. Als je de pil gebruikt, heb je 50% minder kans dat je deze kanker krijgt. Zelfs 20 jaar nadat je stopt met de pil heb je 50% minder kans om tumoren op je eierstokken te krijgen.
  • De pil beschermt je een beetje tegen darmkanker. Het is niet duidelijk waarom dat precies is.
  • Ook goedaardige gezwellen op de borst, de baarmoeder en op de eierstokken komen minder voor als je de pil gebruikt.
  • Vrouwen die de pil hebben geslikt worden gemiddeld iets ouder dan vrouwen die nooit de pil hebben geslikt.

Een aantal ziekten komen meer voor als je anticonceptie met hormonen gebruikt:

  • Leverkanker komt meer voor als je de pil gebruikt (gelukkig gaat het om erg zeldzame aandoeningen).
  • Sommige vrouwen die de pil nemen, hebben meer risico op borstkanker, maar dat is niet helemaal zeker.
  • Je hebt meer kans op trombose en hart- en vaatziekten als je anticonceptie gebruikt met hormonen. Dit risico wordt groter als je 35 jaar of ouder bent of rookt. De kans is nog steeds erg klein. Het gaat dan om vrouwen met een risicovolle contra-indicatie.

Hormonen kunnen positieve bijwerkingen hebben:

  • je kunt minder last hebben van puistjes
  • je kunt minder pijn hebben tijdens je menstruatie, of je menstruatie kan minder hevig worden
  • minder stemmingswisselingen

Hormonen kunnen ook vervelende bijwerkingen hebben:

Anticonceptie met oestrogeen en protestageen (pil, pleister, ring):

  • hoofdpijn
  • onregelmatig bloedverlies
  • gevoelige borsten
  • misselijkheid
  • sombere gevoelens / stemmingswisselingen
  • gewichtstoename
  • minder zin in seks

Anticonceptie met alleen progestageen (hormoonspiraal, staafje, prikpil, minipil):

  • onregelmatig bloedverlies
  • hoofdpijn
  • puistjes
  • haaruitval
  • gevoelige borsten
  • sombere gevoelens
  • gewichtstoename

Deze effecten komen met name in de eerste maanden voor en verdwijnen daarna meestal.

Er komen steeds meer geluiden vanuit de media en van vrouwen zelf dat ze geen hormonen willen gebruiken. Veelal gaat het dan om de keuze bewust te leven en geen extra hormonen ‘in hun lijf te stoppen’. Als je hiervoor kiest, houd er dan wel rekening mee dat de zogenaamde ‘natuurlijke methoden’ als periodieke onthouding en terugtrekken voor het klaarkomen niet zo betrouwbaar zijn als andere methoden. Betrouwbare anticonceptiemethoden zonder hormonen zijn: het koperspiraal, het mannencondoom, vrouwencondoom, het pessarium (met zaaddodende pasta) en sterilisatie van de man of vrouw.

Hulp bij het kiezen van anticonceptie

Heb je hulp nodig bij het kiezen van het juiste anticonceptiemiddel? Gebruik onze handige anticonceptiekeuzehulp.

Naar de anticonceptiekeuzehulp