Uw browser (Internet Explorer 11) is verouderd en wordt niet meer ondersteund. Hierdoor werkt deze website mogelijk niet juist. Installeer Google Chrome of update uw browser voor meer internetveiligheid en een beter weergave.

Zoeken
Onderwerp

Seksuele ontwikkeling

Van geboorte tot 18 jaar

Conceptie t/m 5 jaar

Voor de geboorte ligt de biologische basis van sekse al vast. Vanaf de geboorte genieten kinderen van aanraken en knuffelen. De peuter- en kleuterperiode is echt een ontdekkingsfase. Peuters en kleuters ontdekken dat ze een jongetje of een meisje zijn en wat daarbij komt kijken. Ze ontdekken hun lichaam en dat van anderen: hoe het eruit ziet, aanvoelt, hoe geslachtsdelen heten en wat je ermee kunt. Ze willen van alles weten, bijvoorbeeld waar baby’s vandaan komen. En ze moeten zich verschillende sociaal-culturele regels nog eigen maken. Het komt daarom nogal eens voor dat ze hun geslachtsdelen laten zien of er in het openbaar aanzitten.

Kindertijd (6 tot en met 11 jaar)

Vanaf 7 jaar kennen kinderen de sociale regels steeds beter. Schaamte doet dan ook zijn intrede. Je ziet dat kinderen eerder de wc-deur op slot doen of een handdoek om zich heen houden bij het omkleden. Kinderen zijn soms verliefd en een enkel kind heeft ‘verkering’. Dit gaat nog niet veel verder dan de afspraak dat je met elkaar gaat. Tussen het 10e en 12e jaar vinden al behoorlijk wat lichamelijke veranderingen plaats. Deze kunnen de nodige onzekerheid met zich mee brengen. Sommige kinderen zijn erg geïnteresseerd in alles wat met seks te maken heeft. Ze praten erover met hun vrienden en ouders. En ze gaan zelf op zoek naar informatie, plaatjes en filmpjes.

Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

Tussen de 12 en 14 jaar komen jongeren echt in de puberteit. Ze gaan zich steeds meer losmaken van hun ouders. Tegelijkertijd wordt de mening van de vriendengroep steeds belangrijker. De interesse in seks neemt toe: jongeren gaan fantaseren, ervaren gevoelens van seksuele opwinding en gaan masturberen. Dat laatste geldt vooral voor jongens. Die zoeken ook vaker seksueel getint beeldmateriaal op, vooral op internet. Vrijwel alle jongeren van deze leeftijd zijn wel eens verliefd geweest. Een deel van hen heeft ook verkering (gehad). Binnen deze relaties beperkt seksueel gedrag zich nog vooral tot zoenen en eventueel voelen en strelen.

Link menstruatie invoegen

Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

In de periode van 15 tot en met 18 jaar worden relaties en seksuele contacten langzamerhand steeds serieuzer. Seks gaat stapje voor stapje verder en veel jongeren doen in deze periode de eerste ervaringen op met vingeren en aftrekken, geslachtsgemeenschap en orale seks. Daarin zijn laagopgeleide jongeren er over het algemeen wat eerder bij dan hoogopgeleide jongeren. Ook ontdekken veel jongeren in deze periode of ze op jongens of meisjes vallen. Voor degenen bij wie dit (ook) het eigen geslacht is, kan dit een verwarrende tijd zijn. Dit wordt meestal afgesloten met het zichzelf benoemen als homo, lesbisch of bi en dit aan anderen vertellen.

Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

Deze fase staat in het teken van het ontdekken van verschillende partners en leefstijlen en wat positieve gevoelens oproept bij seksualiteit. Jongeren krijgen langzaam meer verantwoordelijkheidsbesef, maar overzien de risico’s van bepaald gedrag nog niet volledig. De meeste jongeren zijn in deze fase seksueel actief. De relatief hoge mate van seksuele activiteit, gekoppeld aan leefstijl en het in beperkte mate kunnen overzien van risico’s, maakt dat verschillende seksuele risico’s het meest in deze leeftijdsfase voorkomen (zoals onveilige seks).

Interesse en verlangens

In deze levensfase zegt nog maar een heel kleine groep nog niet aan seks toe te zijn. De meeste jongeren geven aan dat seks voor hen belangrijk is. Rond het 21e jaar is bijna iedereen wel eens seksueel opgewonden geweest. Ook hebben bijna alle mensen op deze leeftijd weleens zin in seks. De helft van de jongens en een kwart van de meiden zegt dat ze veel behoefte hebben aan seksueel contact. Hierop scoren ze significant hoger dan mannen en vrouwen in andere levensfasen.

Seksueel gedrag

In deze leeftijdsgroep masturbeert 85% van de jongens en 66% van de meiden weleens. Bij meiden is dit een relatief kleine groep, vergeleken met vrouwen van 25 tot 55 jaar. 61% van de jongens en 39% van de meiden keek het afgelopen half jaar weleens naar porno. Hierin verschillen ze nauwelijks van mensen die ouder zijn. Deze leeftijdsgroep heeft een gevarieerd gedragsrepertoire. Vingeren, aftrekken en geslachtsgemeenschap komen vrijwel in elk seksueel contact voor. 1 op de 10 jongens en meiden doen ook regelmatig aan orale seks. Een meerderheid van de homojongens heeft ook anale seks. Onder heterojongeren komt dit minder voor.

Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

In deze levensfase hebben de meesten een vaste relatie, maar er is een grote variatie in leefstijlen. Het grootste deel van de 35- tot 40-jarigen (61%) heeft een vaste partner met wie men samenwoont of getrouwd is. Seks kan in langdurige relaties steeds beter worden (door veiligheid en intimiteit met degene die je goed kent), maar de zin in seks kan ook geleidelijk afnemen (om dezelfde reden). Veel mensen krijgen in deze levensfase te maken met zwangerschap en zorg voor kinderen. Zwangerschap en de zorg voor jonge kinderen gaan gepaard met belangrijke biologische, psychologische en sociale veranderingen (Gianotten e.a., 2008), hierdoor kan de zin in seks tijdelijk toe- of afnemen.

Interesses en verlangens

In langdurige relaties kan de seks (steeds) beter worden, omdat de kennis over elkaar, de intimiteit en het vertrouwen groeien. Maar de zin in seks kan ook geleidelijk afnemen. Bijvoorbeeld omdat de spanning van het elkaar ontdekken en veroveren verdwenen is.

Seksueel gedrag

In deze levensfase is de overgrote meerderheid van de mensen seksueel actief, meer dan in alle andere levensfasen. 1 op de 10 mannen met een vaste partner heeft het laatste half jaar ook seks met anderen (gehad). Vrouwen hebben na de bevalling een periode van enkele maanden waarin zij niet masturberen. Voor de meeste mensen zijn lust en intimiteit ongeveer even belangrijk tijdens het vrijen. Mannen geven vaker aan dat seksuele opwinding voor hen het belangrijkst is. Vrouwen geven vaker aan dat dicht bij elkaar zijn het belangrijkste is. Dit blijft vrij constant tussen de 19 en 55 jaar. Mannen en vrouwen verschillen in de mate waarin ze plezier beleven aan seks: 83% van de mannen geniet vaak of altijd van seks, tegenover 67% van de vrouwen.

Midlife (40 tot en met 54 jaar)

De sociale context bestaat voor de meeste mensen in deze levensfase uit het hebben van een partner en kinderen, 15% van de 40- tot 55-jarigen woont alleen. In deze levensfase vinden ook de meeste (echt)scheidingen plaats. 40% van alle huwelijken eindigt in een echtscheiding. Daarnaast neemt bij zowel mannen als vrouwen de productie van geslachtshormonen in deze levensfase af. Bij mannen daalt de testosteronspiegel van het veertigste levensjaar jaarlijks met ongeveer 1,5%, maar deze afname wordt bij de meeste mannen pas boven de zestig jaar klinisch relevant (Van Lankveld e.a., 2010). Vrouwen komen in deze levensfase meestal in de overgang. Het seksueel verlangen kan dan toenemen, maar ook minder worden als gevolg van pijn bij het vrijen of problemen met vochtig worden. Vrouwen voor en na de overgang verschillen niet van elkaar in de mate van subjectieve opwinding bij het zien van erotische beelden (Basson e.a., 2005) noch in genitale respons, mits voldoende gestimuleerd.

Interesses en verlangens

Seksueel verlangen neemt bij zowel mannen als vrouwen af met leeftijd, maar is in deze levensfase nog niet veel lager dan in de voorgaande. Onder 41- tot 55-jarigen zegt 83% van de mannen en 44% van de vrouwen wekelijks zin te hebben in seks.

Seksueel gedrag

Seksueel gedrag verandert in deze levensfase niet noemenswaardig. 86% van de mannen en 72% van de vrouwen masturbeert weleens en 79% van de mannen en 36% van de vrouwen kijkt weleens naar erotische beelden. Mensen hebben ongeveer net zo vaak seks met een partner als in de vorige levensfase. 10% van de mannen en 5% van de vrouwen met een vaste partner heeft het afgelopen jaar ook seks met iemand anders gehad.

Alles over de overgang

Derde levensfase (55 tot en met 74 jaar)

De periode van 55 tot en met 74 jaar wordt ook wel de ‘derde levensfase’ genoemd. In deze levensfase neemt seksuele activiteit geleidelijk af, maar stopt voor de meesten niet. Ouder worden heeft een aantal voordelen voor het seksueel welbevinden: er is vaak meer tijd voor elkaar, er is geen werk meer of inwonende kinderen, anticonceptie tegen zwangerschap speelt geen rol meer en vaak weet men goed wat men wil en is er in langdurige relaties veel intimiteit opgebouwd. Sommige ouderen zeggen dat hun seksleven er door al deze factoren alleen maar beter op is geworden. Hierin is ook een cohortverschil zichtbaar: de zeventigjarigen van nu zijn seksueel actiever en meer tevreden over hun seksleven dan de generaties voor hen. Door de toegenomen welvaart verkeren zij ook in een betere lichamelijke en sociale conditie. Ouder worden heeft echter ook nadelen voor de seksualiteitsbeleving. Chronische ziekten doen meer hun intrede tussen de 55 en 75 jaar (vooral hart- en vaatziekten, ziekte in het centrale en perifere zenuwstelsel, spierziekten, gewrichtsklachten en diabetes). Dit kan een negatief effect hebben op het seksueel functioneren en – welzijn. Deze negatieve effecten kunnen het directe gevolg zijn van de ziekte of een indirect gevolg vanwege het verminderde lichamelijke functioneren, de behandeling of medicijnen die iemand krijgt, of de psychische en relationele problemen die het gevolg zijn van de ziekte.

Interesses en verlangens

In de derde levensfase zijn mensen doorgaans nog redelijk gezond en maatschappelijk actief. Seksueel verlangen neemt bij zowel mannen als vrouwen af met leeftijd. Toch geven bijna alle 55- tot 70-jarige mannen aan dat ze weleens zin in seks hebben. Ditzelfde geldt voor 81% van de vrouwen tussen de 55 en 64 jaar en voor 73% van de vrouwen tussen de 65 en 70. De meeste Nederlandse 55-plussers vinden seks ook belangrijk. Ook wordt deze groep boven de 65 jaar iets kleiner. Een kwart van de vrouwen en 1 op de 5 mannen wil geen relatie meer. Een kwart daarvan wil dit niet vanwege slechte ervaringen met vorige relaties. Dat geldt 2 keer zo vaak voor vrouwen als voor mannen.

Seksueel gedrag

87% van de mannen en 69% van de vrouwen tussen de 55 en 64 jaar heeft in het afgelopen half jaar seks gehad. Onder 65- tot 70-jarigen is dit respectievelijk 82 en 54%. De oorzaak voor het stoppen met seks ligt bij heteroseksuele stellen doorgaans bij de lichamelijke conditie van de man. Na de 55 jaar gaan mensen minder vaak masturberen. Het percentage mannen dat nooit of hooguit een keer per maand masturbeert, neemt toe van 29% onder mannen van 40 tot 55 jaar tot 43% onder mannen van 55 tot 70 jaar. Bij vrouwen neemt dit toe van 54% tot 71%.

Vierde levensfase (75 jaar en ouder)

Ook in de vierde levensfase zijn veel mensen nog seksueel actief en tevreden over hun seksleven. In een onderzoek in acht Europese landen gaf 54% van de mannen tussen de 70 en 80 jaar en 21%van de vrouwen van deze leeftijd aan in de afgelopen twaalf maanden seksueel actief zijn geweest (Nicolosi e.a., 2006).

Door het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen en het gegeven dat vrouwen doorgaans een oudere partner hebben, zijn veel oudere vrouwen alleenstaand (CBS Statline, 2016a). De prevalentie van seksuele problemen, zoals erectieproblemen en het minder vochtig worden van de vagina, neemt toe (Laumann e.a., 2005). Van de 75-plussers heeft 83% een chronische ziekte, zoals reuma, diabetes, hart- en vaatziekten, kanker of dementie (Oostrom e.a., 2011). Net als in de derde levensfase kunnen deze aandoeningen een direct of indirect effect hebben op iemands seksuele gezondheid.

Interesses en verlangens

Na een scheiding of verweduwing worden sommige ouderen opnieuw verliefd en gaan nieuwe intieme relaties aan. Door het ‘mannentekort’ wordt het voor heteroseksuele oudere vrouwen wel steeds lastiger om een nieuwe partner te vinden. Ook kunnen rouw en schuldgevoel jegens de overleden partner het aangaan van een nieuwe relatie ingewikkelder maken. Daarbij is een huwelijk niet meer zo vanzelfsprekend. Steeds vaker kiezen ouderen voor latrelaties en samenlevingsvormen waarbij de eigen onafhankelijkheid beter gewaarborgd blijft. Seksueel verlangen neemt in de vierde levensfase verder af. De verliezen waarmee de laatste levensfase veelal gepaard gaat, kunnen hun weerslag hebben op seksuele verlangens. 

Seksueel gedrag  

Seksuele activiteit, zowel solo als met een partner, neemt in de vierde levensfase duidelijk af. Dit heeft onder meer te maken met verlies, gezondheidsklachten, een eventuele opname in een instelling of gewenning ten gevolge van de langere relatieduur. Maar ook gezonde, instemmende partners die nog niet zo lang bij elkaar zijn, hebben minder vaak seks naarmate ze ouder worden. Voor een substantiële groep stopt seksuele activiteit echter niet. Fysieke en geestelijke gezondheid, seksueel repertoire en het hebben van een partner zijn belangrijke voorspellers voor seksuele activiteit en seksueel welzijn.

Hulp

In elke levensfase kunnen seksuele problemen voorkomen. Heb je ergens last van en zoek je hulp? Dan kun je contact opnemen met de huisarts, seksuoloog of een andere deskundige.

Hulpoverzicht